Huis
Huis
contact
 portret
inspiratie
actueel
Francy van den Heuvel
Ontwerper voor theater en ruimtelijke kunst
werk
atelier
cv
links









Over mijn werk 
"Even moet het publiek die ene hap adem inhouden"




    De kracht van de ruimte                                    
     
  • Beelden hebben een eigen kracht, ze roepen op hun eigen manier bij mensen gedachten, associaties en gevoelens op.
  • Wat ik graag wil is de ruimte zo te beïnvloeden, dat de ruimte op een andere manier wordt ervaren. Verrassing. Dat het tot een andere kijkhouding leidt.
  • Sterke vreemde ruimtes - Ik wil op zoek gaan en werken aan beelden van sterke vreemde ruimtes. Die uitdagen en die (mij en anderen) het gevoel geven:  "Ik kan er niet omheen, het dwingt om er iets mee te doen, er iets in te laten gebeuren". Om ook anderen het gevoel te geven dat er veel is gebeurd of te gebeuren staat...

  • Ik zou het mooi vinden om een ruimte te maken die zo sterk is dat een ander er door geïnspireerd wordt om er (vanuit zijn invalshoek) er zijn eigen voorstellingen bij te maken.
     
  • De "niets ruimte" - Wat me intrigeert: de "niets ruimte", - de ruimte die de fantasie uitlokt. Op zoek naar de ruimte die men niet ziet. Waar kinderen spelen: trappenhuizen, kasten, hoekjes, luiken, onder de heg, onder en in de hangende was, in bomen, daar waar de ander niet is. Een van de dingen die me intrigeert is hoe kinderen de ruimte zien en ervaren, en er mee omgaan. 

  • (Een beeld uit mijn jeugd van een ladenkastje met 4 laatjes die eruit gehaald zijn, waarin ik uren heb doorgebracht).
     
  • Dat het uitdaagt - Wat m'n werk betreft: ik wil dat het fantasievol is, dat het uitdaagt tot spelen. Dat het zelf weer verhalen oproept. Ik vind dat het belangrijk is dat het aanleiding geeft om er in te veranderen, om er in te bouwen,  en er in te werken. Ik wil een ruimte maken die zo sterk is dat een ander er door geinspireerd wordt om er zijn eigen beelden en voorstellingen bij te maken.

  • Zo heb ik voor de voorstelling van "Klapstok" een fundament van een huis met losse muren en staanders  ontworpen waarmee de acteurs en regisseur konden spelen. De acteurs, regisseur en ik hebben dit uitgangspunt in het werkproces veranderd waardoor het eindbeeld totaal anders is geworden als het beginbeeld.
verder               
    Ruimtes van herinnering
     
  • Wat ik heel inspirerend vind: Het werk van Kabakov en Louise Bourgois, omdat zij een soort ruimtes van de herinnering maken. Kabakov staat voor mij echt voor de maatschappij, denkend aan o.a. zijn werk in het stedelijk museum "Het grote archief". Het werk van Louise Bourgois vind ik zeer aangrijpend omdat het over haar persoonlijk leven vertelt. 

  • Zulke ruimtes van mijn herinnering in de richting van het theater verder te ontwikkelen is ook iets wat me bezig houdt.
    Met Rieks Swarte heb ik in die richting gewerkt met het project "MINE HAHA" en "Panorama van de eeuw" in 1999 in het Fort van IJmuiden.
    In project "MINE HAHA" hebben we een Hollandse zolder laten bouwen in de toneelschuur, als de erfenis van een oude vrouw, Helena Engel die hierin het theater van haar leven had gemaakt. Als visualisering van de novelle van Frank Wedekind "Mine HaHa". 
    In "Panorama van de eeuw" hebben we met  4 ontwerpers en met acteurs de eeuw terug vertelt. Mijn aandeel was o.a. een onderduikruimte: het publiek zat tussen de spouwmuren en keek de ruimte in, een herinneringsmuur aan de sixties.
     
  • Wat mij inspireert, wat belangrijk voor mij is krijgt zijn neerslag in mijn tekendagboeken en 'verzamelingen'. Als ik de bergen in ga, kan ik blij zijn met een stuk blik dat ik vind. Ik houd van eenvoudige natuurmaterialen. Daarom interesseren me schilders als de Chirico, maar ook de Griek Kounellis die veel met natuurmaterialen werkt. Ik ben gek van waterplaatsen, oude boerderijen.
verder               
    Uitgangspunten van mijn werken
     
  • In mijn werk en denken zit vaak een theatraal aspect: het roept associaties op aan handelen en/of nodigt uit tot handelen. Ik houd van openheid en kwetsbaarheid, het zoeken, dat niets definitief is. 

  • Traditioneel moest in het theater een decor vooral ondersteunen. Ik vind dat mijn werk zijn eigen verhaal moet oproepen, dat er ruimte gelaten wordt voor het eigen denken en de fantasie van de ander/het publiek.
    Het beeld moet zelf zijn weg gaan en zijn eigen verhaal vertellen.
     
  • Ik wil de gewone gang van zaken omdraaien en werken vanuit het beeld. Ik wil beelden maken, ruimte vormgeven en van daaruit anderen erbij betrekken. Wat ik wil is om de vormgeving / de ruimte als uitgangspunt en startpunt te nemen voor een proces/project. Ik wil initiator zijn en werken aan projecten/processen, die starten met de vormgeving van de ruimte. 
  • Daarom wil ik van mijn werk dat het fantasievol is. Ik stel me als doel in mijn vormgeving de vrolijkheid en intensiteit van het  spelen te behouden. Ik wil dat het anderen uitdaagt er hun werk tegenover te stellen, dat het zelf weer verhalen oproept.

  • Ik vind dat het belangrijk is dat het aanleiding geeft om er in te bouwen, er in te veranderen en er in te werken, er verhalen in te vertellen.
verder               
    Voorbeelden van mijn werk in welke richting ik verder denk 
     
  • "500 jampotjes" binnen "Halte 1" een onderzoeksproject in 1998 van theater Artemis. Ik heb de garderobe van het gebouw  verbouwd.  Bodil de la Parra heeft zich laten inspireren door de ruimte en op basis hiervan een  tekst geschreven. De theatertekst is door Mathijs Rumke geregisseerd en door 2 actrices gespeeld.
  • "Zinnia en Orendel" bij de dansateliers Rotterdam in 2000. Een ontmoeting van scenografie en choreografie: in samenwerking met Marie Louise Gilcher. Ik richtte de studio's van de dans ateliers in met materialen als folie, blikken, plastic zakjes met water gevuld, kledinghoezen(deze waren tevens kostuums). Marie Louise werkte van hieruit met 2 vrouwen door deze op verschillende manieren in de ruimte te laten zijn.
  • Opdracht tot het openbaar maken van de kunstcollectie van De paviljoens in Almere (in samenwerking met vormgeefster Heleen Dijkman). We wilden de bezoekers een ruimtelijke ervaring meegeven: in de museumzaal lopen ze om de collectie heen die is geplaatst in een tuinderskas. Als ze daarna een trap op gaan, komen ze zelf in een tuinderskas te staan, ze staan in het kunstdepot. Ze kunnen de opslag van kunst zien en het werk van de conservator.
  • "Huis op WC "(juni 1996). In de gang van mijn atelier zijn twee deuren, daarachter zijn twee wc's, op een van die wc's' heb ik een huis geplaatst. Door deze ingreep in het beeld kijk je anders en de functie van de ruimte is veranderd.
verder              
Mijn passie voor het vak
  • In een verhaal, gevoel of sfeer duiken en je daar helemaal in laten gaan. Ik vind het leuk dat je begint in je eigen atelier en dat je eindigt met een voorstelling.
Het brainstormen dat je in dit vak moet doen, spreekt me enorm aan: ontzettend veel gekke dingen bedenken en dan tenslotte, als een speld in een hooiberg vinden, weten: 'Dit moet het zijn '.
  • Ik wil tijd en de ruimte om m'n eigen werk te maken. Ik ben ontwerper en kunstenaar. Naast mijn werk als theatervormgever wil ik  autonoom werk maken. Ik wil een wisselwerking tussen solowerk en theaterwerk (collectief werk)
Francy van den Heuvel (1996)
                                                   naar boven

zinia blauwe ruimte
Zinia en Orendel
potjes trap
Potjes
kind in kastje
Kind in kastje
laag tafeltje
Ruimte onder tafel
minehaha deuraanzicht
Minehaha
zinia ophangen plastic
Zinia en Orendel
potjes van bovenaf
Potjes
open depot trap
De Pavilioens: Open depot
huis op wc
Huis op wc
twee turven
Peuterfestival 3turven hoog